Lenen
Je ontvangt een toegangsbestand (.acsm) van het e-book. Hiermee kun je het e-book 3 weken lezen op je e-reader, tablet of computer, vanaf het moment dat je het voor de eerste keer opent. Hiervoor heb je een gratis Adobe-account nodig, dat je koppelt aan het apparaat waarop je wilt lezen. Na deze periode vervalt de toegang automatisch.
Kopen
Je ontvangt het .epub-bestand van het e-book. Dit bestand kun je zo vaak lezen als je wilt op al je apparaten.
Ondersteuning
Hulp nodig? We helpen je graag! Stel je vraag in de chat of kijk op service.geloofdigitaal.nl
Martin Boos (1762-1825) was een van de belangrijkste vertegenwoordigers van een opwekkingsbeweging onder de rooms-katholieken in Duitsland. Met veel kracht preekte hij de rechtvaardiging door het geloof, met als lijfspreuk: ‘Christus voor ons en Christus in ons’.
M’Cheyne zegt van hem: ‘Als die dierbare Martin Boos nog in leven zou zijn, dan zou hij voor mij niet minder welkom zijn, ook al was hij een rooms-katholieke geestelijke.’ Ondanks de felle tegenstand die hij ervoer, is hij zijn leven lang rooms-katholiek gebleven. De opwekking van Beieren is onder ons wat minder bekend, maar niet minder bemoedigend.
‘Dit verhaal geeft duidelijk blijk van grote eenvoud en oprechtheid’, zegt J.C. Philpot over de opwekkingen. ‘Als wij het verslag lezen zoals het er staat, dan kunnen wij niet anders denken dan dat het duidelijk kenmerken in zich heeft van een Goddelijk werk.’
Samengesteld en vertaald door Ruben Bolier.
Johannes Evangelista Gossner werd in 1773 geboren als zoon van katholieke ouders. Hij studeerde filosofie, natuurkunde en theologie, en werd in 1796 tot priester gewijd. In die tijd las hij al vrome, evangelisch geïnspireerde auteurs zoals Matthias Claudius en Gerhard Tersteegen. De nadruk die deze auteurs legden op de beleving en het gevoel onderscheidde hen van de rationalistische Verlichtingsdenkers, en ook Gossner voelde zich steeds meer aangetrokken door de katholieke opwekkingsbewegingen uit die tijd. Hij preekte vanuit een evangelische geest. Dat maakte hem verdacht en hij belandde zelfs in een gevangenis (‘Disziplinärstrafanstalt’) voor priesters. Door de napoleontische moderniseringen van de maatschappij werd hij echter in 1803 gerehabiliteerd.